Hij die mensen doodt

Dit boek is naar mijn aanvoelen misschien wel het belangrijkste deel van de trilogie omdat we allen ook Kaïn zijn: hoe leven we verder met de idee dat we onze geliefden pijn doen?
Oscar Wilde diende tijdens zijn verblijf in de gevangenis aanwezig te zijn bij de terechtstelling van een moordenaar van zijn vrouw. Dit gebeuren greep hem erg aan en hij schreef het van zich af in de gekende ballade ‘The Ballad of Reading Gaol’ in 1897. Ook Oscar voelde zich destijds als de moordenaar van de liefde van zijn vrouw en het verwijdde zijn blik op het begrip ‘iemand doden’. Wie herkent zich niet in de volgende strofe?

“Yet each man kills the thing he loves,
By each let this be heard,
Some do it with a bitter look,
Some with a flattering word,
The coward does it with a kiss,
The brave man with a sword!”

 

 

Sturen we u een mail wanneer het boek klaar is?
Het eerste deel is al beschikbaar.
breng me er naartoe

De openingspagina


“And with tears of blood he cleansed the hand,
The hand that held the steel:
For only blood can wipe out blood,
And only tears can heal:
And the crimson stain that was of Cain
Became Christ’s snow-white seal.”

Oscar Wilde, The Ballad of Reading Gaol (1897)

 

Tranen.
Zij bevloeiden de wit getrokken huid van zijn gelaat en struikelden mee over banale stronken, keien of ondiepe greppels. Ten tijde van Eden bestonden zij niet. Ook Kaïn had hen vele jaren genegeerd, zijn ego had hen nooit gekend. Vreemden leken ze voor hem alsof ze nooit deel van hem waren geweest. Als in een stuwmeer van zout en water achter een schijnbaar onneembare dam hadden ze zich geduldig opgehouden en vermenigvuldigd. Als doffe kristallen van spijt, pijn, of eenzaamheid hadden ze succesvol gepoogd zich van het bloed in zijn ogen te scheiden. Ze hielden er zich jaren verborgen en leken zo hun glans te zijn verloren.

Tot nu.
Nu schitterden ze in de kleur van diamant in een gloed van vloeibare steen ontgonnen uit hun diepste druklaag. Hun tijd was nu gekomen. Triomf ervoeren ze enkel als de triomf van een aanvaarde nederlaag. Dat lag in hun wezen en lot verscholen. Daartoe waren ze ooit geschapen als voornaamste mede-erfgenaam van ieders mensen lot. Kenden ze binnen Eden geen reden van bestaan, buiten Eden werden ze des te belangrijker als de stille boodschappers van een nederig hart.
Wie hen jarenlang ontkende, zou hen in stormloop leren kennen.

Hoofdstuk 1